Foto van een blikje Bud lagerbier

Bud – een lange neus van de ‘King of Beers’

Biersommelier Frits Dunnink dronk Bud, Budweiser american lager, en schreef daarover een proefnotitie.

In zekere zin is dit artikel een vervolg op mijn vorige blog, waarin ik de risico’s bespreek die bij het bierdrinken op de loer liggen. Een wezenlijk risico is teleurstelling. Wie teleurgesteld raakt, had bepaalde verwachtingen die niet werden ingelost. Nu moet ik eerlijk toegeven dat mijn verwachtingen over dit bier voordat ik het serieus besloot te proeven, bescheiden waren.

Jonge bierdrinkers inspireren

Foto van een blikje Bud lagerbier

Waar gaat het over? Het betreft een bier dat deze zomer door ’s werelds grootste brouwconcern met veel aplomb op de Nederlandse markt werd geïntroduceerd. Onder meer via een lucratief sponsorcontract bij ’s lands beste voetbalclub. Betreffend brouwconcern wil de in ons land tanende “pilscategorie” een boost geven. Men beoogt met name de jonge generatie bierdrinkers te inspireren met deze self-aclaimed ‘King of Beers’. Want dat is waar we het over hebben: Budweiser, het american lager van grootbrouwer Anheuser-Busch. Voornamelijk genoemd bij zijn roepnaampje Bud.

Portie rijst

De naam ‘Budweiser’ roept bij mij associaties op met Tsjechisch pils: boterzacht bier, vervaardigd met vakmanschap, decoctie en mooie, nobele hopsoorten. Maar ik ben me ervan bewust dat de gemene bierdrinker niet behept is, of zo je wilt belast met een dergelijk bewustzijn. AB’s Bud is geproduceerd voor de Amerikaanse markt, met gebruikmaking van de nodige portie rijst als zetmeelbron. Er is een uitgebreid juridisch dispuut uitgevochten over merkrechten met een brouwerij in Tsjechië die sinds de 13e eeuw al Budweiser bier brouwt. Meer daarover lees je in dit artikel van bierhandelaar Bier en Co.

Op Amerikaanse leest geschoeid

Heel lang geleden dronk ik een keer Bud. Dat moet zo halverwege de jaren ’90 zijn geweest in een op Amerikaanse leest geschoeide bar in westelijk Berlijn. De smaakervaring beklijfde niet. Meer recent dronk ik typisch Amerikaanse brouwsels als Coors Light. Bier dat je heel koud drinkt en zich kenmerkt door een algeheel gebrek aan smaak. Een bierbeleving van het soort: stoort niemand, windt niemand op. Ik denk dat het met die mindset was dat ik laatst bij mijn grutter een blikje uit het schap pakte. Standaard geprijsd op €0,83. Dus qua prijsniveau allerminst ramsj.

Bud american lager – proefnotitie

Ik schonk het bier in mijn proefglas dat ik de middag te voor had afgewassen met een vaatborstel die ik alleen gebruik voor bierglazen. Het blikje Bud kwam direct uit mijn koelkast waar het enkele dagen had gestaan. Het bier is goudgeel, opvallend helder en vloeit in het glas met een bescheiden krans dun schuim. Het heeft een heel subtiel aroma van wort. De smaak is flauw en moutachtig. Zoet domineert in de smaakindruk, met aan het randje van je tong een vreemd soort astringente bitterheid.

Veevoer-achtig

Na een paar slokken ontstaat bij mij een associatie met het veevoeder-achtige dat alcoholvrij bier vroeger erg vaak eigen was. En dat terwijl deze amercian lager toch ‘gewoon’ een alcoholpercentage van 5% heeft. De afdronk van het bier is zoet en weeïg. Na amper tien minuten is al het schuim van het bier verdwenen. Normaal gesproken het effect wanneer je bier schenkt in een glas met een vettige binnenkant. Het schuim laat ook geen ‘kantrandjes’ achter zoals goed bier doet in een bierschoon glas.

Niet smakeloos, maar onaangenaam

Ja, het is mogelijk om van een bier waarbij mijn verwachtingen minimaal waren, toch teleurgesteld te raken. Niet smakeloos maar onaangenaam van smaak. Daarbij ook naar mijn maatstaven slecht gebrouwen, gezien het tempo waarmee de smaak-beschermende schuimlaag verdwijnt. Dit product ‘king of beers’ noemen is aanmatigend en een lange neus trekken naar iedere brouwer die zijn vak verstaat. Dit is bier voor mensen die vergeten zijn (of nog niet weten, “jonge generatie bierdrinkers inspireren”) hoe echt bier smaakt. En/of het ook niks kan schelen.

Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt is het natuurlijk begrijpelijk dat ’s werelds grootste brouwer zijn ‘wereldmerk’ Bud naar Nederland haalde. Of het een succes is? Twijfelachtig. Iedere bierliefhebber is ongetwijfeld opgevallen dat aan het begin van de pandemie-lockdown maart 2020 in de leeg gehamsterde supermarktschappen de zelfgekroonde ‘king of beers’ steevast overbleef. Zou de Nederlandse consument het wellicht toch niet zo lekker vinden? Niettemin zijn de zakken diep bij AB InBev, waar men waarschijnlijk van mening is dat de aanhouder wint. Hetgeen voor liefhebbers een teleurstellende consequentie kent. ’s Wereld grootste brouwer heeft namelijk nog een ander pilsmerk van internationale allure: Stella Artois. Wat aanzienlijk prettiger is om te drinken, als je het mij vraagt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *